Als heel even
één seconde verloren lijkt te zijn
De nacht te groot de dag te klein
Waarom dan niet het komende uur
Opsmukken met wat levensvuur
En drievoudig intens beleven?
Gedachte
•mei 8, 2009 • Laat een reactie achterValavond
•mei 8, 2009 • Laat een reactie achterDaar gaat ze
Pijlsnel naar beneden
De horizon voorbij
Nog even en alles hult zich in duisternis
Dromen maken zich klaar
Om ongevraagd de dag over te nemen
En in de ochtenddauw weer te verdwijnen
Naar de vergetelheid van de nacht
naast me
•januari 27, 2009 • Laat een reactie achterDromend over wat nog komen gaat
drijvend naast me op het spoor
in gedachte zacht verzanden
haren kammend
met de tanden van je handen
glimlacht naar je schoot
denkt aan kirrende geluiden
zoete geur van babyhuiden
nog even, denk je, met zo’n bollebuikenspijt
terwijl ik ook weer deze avond
kamp met ochtendmisselijkheid
de heide
•september 26, 2008 • 1 ReactieWanneer september
me warmte toefluistert
Net als jij vandaag
Dan droom ik de afkoeling
Van een heidebries
Om eindeloos te voelen
En nog zonnedichter te groeien
In het bloeiende veld
Van gedeelde gedachten.
Ongeadresseerd drukwerk
•juni 27, 2008 • 1 ReactieVandaag was het weer van dat: goedgemutst zwier ik het deurtje van onze brievenbus open om de post van vandaag uit te halen. Naast enkele facturen die ik liever niet had zien verschijnen, en een aanmaning omdat ik er een sport van maak mijn eigen rekening te herberekenen, zit er weer reclamedrukwerk in de bus. Nochtans kleeft zeer duidelijk zichtbaar een “geen ongeadresseerd drukwerk”- sticker net boven het brievenluikje.
De reclame ronddragers kennen nochtans de regels. Je kent ze wel, soms hele families die met een auto (!) traag van deur tot deur rijden en standaard geplastificeerde pakketjes reclamefolders leveren. Die slaan ons huis keurig over.
Maar vandaag – sinds we hier wonen, nog geen twee jaar – al de derde of vierde keer op rij: politieke propaganda, ongewenst drukwerk dus, van jawel, het Vlaams Belang in mijn bus. Zonder me uit te spreken over mijn politieke voorkeuren, of beter nog: afkeuren, kan ik hieruit maar één conclusie trekken: ze kunnen niet lezen.
De partij getuigt zo weer maar eens een IQ onder de 100 te hebben, anders zouden ze wel kunnen lezen, maar fundamenteler: een gebrek aan respect voor andermans wensen. En die van het milieu.
Als het goed gaat
•juni 9, 2008 • Laat een reactie achter
Schrijven doe ik als het goed gaat. Als het leven maar wat aanmoddert, komt er niets in mijn hoofd. En nog minder op mijn scherm. Idemdito op mijn werk. Dagen dat ik niets doe. Dagen dat ik bruis van schrijfinspiratie en de directie lastig val met ellenlange nota’s, volgestouwd met prozaïsche uitspattingen en frivole woordspelingen in mijn emailverkeer. Dagen dat ik zielsveel van hem hou. Dagen dat ik hem naar een afgezonderd manneneiland wil verbannen. Dagen dat ik hen van ’s morgens tot ’s avonds geduldig aanhoor, meespeel, fantaseer, creatief haast uiteen barst. Dagen dat ik hen alledrie, of toch zeker twee, aan de kapstok wil hangen. Opsluiten in de garage. Het washok. De tuin. Met het supergeïsoleerde raam lekker dicht. Deur op slot.
Gisteren was een niet-dag. Vandaag een wel-dag. Met een poststuk op het web. Vreemd hoe vrijwel iedereen zich laat leiden door het weer. Vijfentwintig graden en volle zon, de straten lopen vol en iedereen lacht, net als in een sprookjesfilm. Ik geloof dat zowat iedereen een wel-dag heeft vandaag. Humeur is niet altijd individueel, er zijn heel wat gemeenschappelijke humeuren. In de file op vrijdagavond. In de file in de regen. In de file op maandagochtend. In de onverwachte file op zondagavond na het bezoek aan de schoonouders. Collectief gaat iedereen aan het bokken. Trommelen met zijn vingers op het stuur. Toeteren naar de bokkende voorganger die trommelt op zijn stuur. Maar vandaag: iedereen happy! Zo goedgemutst dat ik niet wegkon uit het zonnetje tijdens mijn middagpauze. Broodje gekocht – de mee-pak-snack-hoek van de supermarkt wordt elke dag opnieuw geplunderd door de honderden werkenden uit het centrum, die zich stuk voor stuk laten inpakken door de smakelijk ogende plastiekjes en groot geadverteerde prijzen, alsof de gevraagde euro’s een toegift zijn voor de hongerigen onder ons – en een smoothie – nog zo’n commerciële stunt, want de helft van de in België verkochte smoothies zijn die naam onwaardig, maar het bekt lekker, klinkt tropisch en ongetwijfeld gezond. Op een bankje in de winkelstraat – niet honderden maar duizenden lachende mensen kuieren voorbij – hoor ik een niet mis ogende jongeman een poppemieke aanspreken op twee meter van me vandaan. Of ze geen Mobistar-klant wil worden. En met de beperkte informatie die de jongen haar geeft, zie ik haar nog geen drie minuten later hem haar identiteitskaart geven en een handtekening plaatsen op een velletje papier. Mobiele telefonie gekocht op straat. Wil je graag een nieuw chipje, juffrouw? Lekkere blote buik heb je daar. Soms geloof ik dat als ik maar heel even het geloof in de mensheid kon opgeven en iedereen als domme sukkeltjes beschouwen, ik een monsterlijk gekwalificeerde verkoper zou zijn. Toch kan ik niet geloven en nog minder begrijpen dat mensen zich laten inpakken, op straat, door een stel lieve ogen, die ook nog eens midden in het gesprek een andere man zoent. Nadat de deal gesloten is, zie ik hem de voorbijgangers doorlichten: te oud, te jong, te snel, te traag, bingo: weer een poppemieke, op de voet gevolgd door een lelijk eendje. Zij tatert er met hem op los, geeft hem in alle opzichten gelijk dat zijn produkt ongetwijfeld het meest voordelige is, het eendje staat er verweesd bij. Ze kijkt verveeld weg op een stevige meter achter haar leidende vriendin. De rol van lelijk eendje in een tweespan is ongetwijfeld geen lachertje, maar je wordt tenminste niet belazerd door gladde verkoopspraatjes.
De zon is zacht, streelt, verwent. Mijn liefste minnaar: zachtaardig, warm, boordevol energie die mij ook te beurt valt. Maar tegelijkertijd gevaarlijk, verraderlijk, altijd onverwacht, komen en gaan, soms wel soms niet. Verslavend, als verboden liefde. En dus wandel ik naar de bakkerij en haal nog twee koeken er boven op. Rekken van de tijd die ik niet heb.
Tegen dat mijn middagpauze er op zit en ik noodgedwongen terugkeer naar kantoor, bolt mijn buik als een driemaander. De uitgerekte lunch ligt op mijn maag en verhindert mijn concentratievermogen. De hele wel-dag verandert in een wip tot niet-dag. Geen inspiratie, geen geschrijf, geen werk. Alleen maar een verzadigde spijsvertering en dommelende ogen van de lome warmte. En buiten de mensen maar lachen…
de handleiding
•maart 31, 2008 • Laat een reactie achter
Avond in huis. Net terug van vakantie is het voor iedereen weer even wennen aan de regels en afspraken. Na het eten pyjama aan. Tanden poetsen, pipi doen, bed in. Verhaaltje. Zoenen geven. “Ik hou van jullie!” zeggen. Lichten uit en stil. Of toch niet? Met de kleinste op schoot nog even luisteren naar het gekakel op de kinderkamer. Net nu moest de klok weer een uurtje verdraaid worden. Gelukkig kent tijd geen prominente aanwezigheid in ons huis. Ik heb er ook steevast een groot tekort aan. Teveel vrienden die geen post meer krijgen, te weinig telefoonnummers die gedraaid worden, een te lange to-do lijst in mijn multimediaal mobieltje. En altijd overal te laat komen. Telefoneren met de echtgenoot. Hij zal ook die eerste werkdag weer mateloos laat thuis komen. Een uitgebalanceerde verdeling tussen werk en gezin blijkt als man in de privé een onmogelijkheid. Of ligt dat dan toch aan die knappe collega daar en de goedgelovigheid van de thuiswachtende vrouw? Nadat het een hele tijd stil leek, klinken stemmen steeds luider vanuit de kamer boven. “Ik moet opleggen,” zeg ik hem en schuifel stil op de trap om gesprekken op te vangen. Niets zo inspirerend voor een stevige lachbui als kleuterconversaties. Meestal hoor je een combinatie van je eigen woordkeuzes en intonaties met de oeverloze fantasie van een kleuterbrein, bruisend van lang vergeten logica. Zwijgend ga ik in de deuropening staan. Mijn meter achtenzeventig en bliksemende ogen doen meestal meteen hun werk. Geschuifel onder lakens, lichtjes die uitknippen. Niets van dat alles. Waar net nog gefluisterd werd, klinkt niets dan stilte. Het lichtje van mijn dochter schijnt op haar lakens. Ik neem het mee, al was het maar om woordeloos duidelijk te maken dat het meer dan bedtijd is. Elke reactie blijft uit. Raar, want sinds enkele weken ligt ze elke avond en vaak ook ‘s nachts krijsend in haar bed, omdat ze schrik heeft van het duister. De deur moet open blijven, het licht op onze kamer aan de overkant moet aan, haar lichtspookje mag mee onder de lakens. Maar vandaag: geen reactie. Weer gefluister. Ik stap boos terug de kamer binnen, kijk nog dreigender dan ervoor, al laat de duisternis ongetwijfeld niet toe om welke gelaatsuitdrukking ook te herkennen. De stemmen blijven doorgaan, deze keer duidelijk vanuit een andere locatie. Mijn hoofd tracht alle plaatsen in de nabije omtrek te beoordelen op mogelijke vindplaats van mijn kinderen: de babykamer, de badkamer, de klaarkast,… bureau! Net voor het stil werd eerder op de avond, schonken ze me een brulconcert om in het reisbedje te mogen. De oudste had de avond tevoren een scène gemaakt door net na het slapen gaan een overdosis speeksel aan te maken en dat kunstig op de rand van zijn halfhoogslaper uit te smeren, zodat het in lange zeikdraden naar beneden hing boven het bedje van de ander. “mama, mijn deken is ook nat…” zei ze nog met een bevend stemmetje, niet wetende wat haar broer boven haar bezielde. Ik had hem in een furie van het bedtrapje afgesleurd en mijn man opdracht gegeven om meteen het babyreisbed op te zetten in de bureau: hij zou zijn bed die nacht niet meer terug zien! De boodschap van vanavond was dan ook klaar en duidelijk: als mama één keer boos zou moeten worden omdat hij niet flink zou gaan slapen, zou het meteen het reisbed in zijn. Leutig: vragen om gestraft te worden. Kijken wat mama dan zegt. Ik stormde de bureaudeur binnen en trof mijn twee uitdagers er doodrustig aan op de grond: een gezelschapsspelletje aan het spelen. In het donker, want ook de zon had zich al lang te slapen gelegd. Zij was aan het winnen. Te verbouwereerd om creatief te zijn met woorden, stuurde ik hen met een “naar bed!” weer naar hun eigen dromenstek. Allebei heftig huilend, want een voorspelbaar boze mama is blijkbaar toch niet leuk. Gekrenkt in al mijn moederlijk gezag heb ik het daar bij gelaten. Nadat zij nog een half uur door huilde, dat ik haar moest troosten, heb ik de deur van hun kamer weer opengezet en het lichtspookje op haar deken gegooid. De gebruiksaanwijzing van het lichtspeeltje heb ik weggegooid, de handleiding bij mijn kinderen heb ik jammer genoeg nooit gekregen.
de zon
•maart 14, 2008 • Laat een reactie achterHet zomert in mijn stad. Koppenlopen op de winkelstraat en genieten van het enthousiasme van het straatbeeld. Op mijn weg naar de schoenenwinkel passeerde ik tot drie maal toe groepjes dansende jongeren. Een zwarte jongen met kap en maghrebijnse studiegenoot met opkomend sikje toonden geluidloos hun beste moves voor een stel giebelende hoofddoekmeisjes. Het bonte beeld kon tellen, wetende dat ik me deze dagen verdiep in diversiteitsvraagtekens op de hogeschool. Iets verder voerden twee scholierenmeisjes ingeoefende danspasjes uit op een tienernummer dat luid een platenzaak schelde. Een Oostblokman speelde het eeuwige deuntje om wat euro’s bij elkaar te brengen. Nooit erg succesvol, maar toch gewaardeerd door de flanerende menigte. En nog wat verder danste een jong koppeltje zorgeloos in het midden van de wandelweg. De zon trakteerde op strelende lentekriebels op mijn huid en kaderde alle kopzorgen meteen weer in het juiste perspectief. ’s Morgens nog mijn schoenen stuk getrokken en hoewel de sympathieke verkoopster me nog nariep dat ik hopelijk niet te lang op mijn baskets zou moeten rondlopen, dacht ik: waarom ook niet? “Ben je van de Limburg?” zong ze me lieftallig toe met drie niet passende maatjes 41 in haar hand. Steeds moet ik me verontschuldigen en vertel ik toch met enige aangeboren fierheid dat ik van de Stad zelf kom, zelfs al woon ik ondertussen al twee jaar in de provincie aan de andere kant van het water. Afkomst schept banden. Ook al bleek ik niet aan de verwachte etniciteit te beantwoorden, haar glimlach werd er niet minder door. Iets in mijn tonaliteit moet opgewekt zangerig klinken, of keurig afgeborsteld, want als men mij niet als Limburger identificeert, slijt ik mijn dagen als Nederlandse, mijn scherpe a’s en i’s ten spijt. De lente sleept me ongevraagd mee in de grilligheid van mijn beïnvloedbaar humeur. Morgen worden het weer laarzen, maar vanavond in ieder geval: dansen op blote voeten!
de muis
•maart 6, 2008 • Laat een reactie achterOnze muis piepte niet echt zoals ik het me had voorgesteld ergens op het rek in de garage. Ik passeerde op een dagmoment waarop ik normaliter op kantoor vertoef en het beestje moet er een agenda op nahouden, want ze schrok zichtbaar even erg als ik. Gelukkig zit gillen niet in mijn aard en kon ik instant mijn gezichtsveld scannen zonder te bewegen, misschien zelfs zonder adem te verplaatsen in de ruimte. Welk dichtstbijzijnde voorwerp kon ik in de hand graaien om het muisje mee te vangen. De muizenval die al ettelijke nachten op rij vruchteloos in de berging wacht was te ver weg, al leent het kooitje zich ideaal voor het vangen van een muis. Twee zelfs. Aldus de uitleg op de verpakking. Verpakkingen melden wel vaker de grootste nonsens. Liefst nonsens in talen die de makers van het product niet meester zijn. En als er al iets zinnigs op staat, moeten er minstens een portie taalfouten insluipen. De enige doosjes tussen de garagerommel die hun diensten nog zouden kunnen bewijzen, waren dekselloos en geen muis zou braaf blijven zitten in een naar buiten wandelende doos. Schijnbaar passen huismuizen zich bliksemsnel aan aan hun omgeving. Eens binnen, is ze dus meteen gewend aan het comfortabele garageleventje en haar weer in de vriestuin zetten, betekent zo goed als haar doodvonnis tekenen. Het paraplu-effect dan maar: zelfs ik hou niet van regen. Als mijn geweten maar niet de opzettelijke dood van een muis moet dragen. Ik herinner me mijn moeder die met de grootste spade in huis als gek op klompen tussen de planten liep, de enorme spade neerkloppend bij elke stap en het piepkleine veldmuisje dat de longetjes uit haar lijf rende om het wrede ijzerwerk te ontlopen. Tijden veranderen. Alle degelijke boerenwaarden verdwijnen en maken plaats voor een afgeborstelde levensfilosofie die zelfs de vliegen wil sparen. Want het zijn toch ook levende wezens. Mijn schoonvader bijvoorbeeld begrijpt me niet en zet mijn kinderen steevast tegen me op als er natuur mee gemoeid is. Het rek waarop ik de muis aantrof, herbergt een karrenvracht aan rommel. Ik zou er als miniwezen ook wel mijn stekje van kunnen maken. Dozen, emmers, schoenen, zeemlappen, borstels, vogelvoer en organische meststof. Een muizenparadijs! Ze struikelde haast over haar eigen pootjes in haar vlucht en merkte snel dat ik haar zag lopen. De nieuwe strategie: verstoppertje! Wie net niet snel genoeg denkt te zijn, kan maar beter slim zijn. Al oogde het muizenspelletje als een kleutervertier. Zoals mijn dochter zich kan verstoppen achter haar eigen handjes en dan in de grond van haar hart geloven dat niemand haar kan zien, zo liet ook de muis zich visueel verdwijnen. Haar kopje stak achter de spijl van het houten rek waaraan ze zich met haar vier pootjes in een bolletje strak klem hield. Haar muizenpoepje en muizenstaart staken recht naar achter, het eerste bol achter het rek uit, het tweede zachtjes wiegend recht naar mij wijzend. Ik had haar bij haar lange staart kunnen grijpen. Het wiebelende ding hing perfect binnen handbereik. Toch leerde ik van mijn man dat muizen er niet voor terugdeinzen om stevig te bijten als je ze bij de staart naar buiten draagt. Beiden hebben het er die laatste keer met de schrik van af gebracht. Eigenlijk meteen toen ik haar zag, wist ik dat het een ordinaire kennismaking was. Hallo, ik ben de muis en hou van jouw brood. Hallo, ik ben de mama in huis en ik zie geen enkele mogelijkheid om je te vangen, dus gewoon hallo dan maar. Toch was het best boeiend om elkaar heel even te zien. Nog voor ik me verder kon bewegen, viel ze onhandig van het rek naar beneden, zich onderweg vastklampend aan elk hout dat haar pootjes kon grijpen. Toen was ze weer weg. De geur van muizenontlasting zou echter nog wel even blijven.
de ochtendcarrousel
•maart 6, 2008 • 1 ReactieVandaag kwam de schoolfotograaf. De avond ervoor werden de bedjes met veel plezier opgezocht, Het Schaap dat Niet kon Slapen als toedekkertje en de rust van het huis als voorbode voor een rimpelloze nacht. ’s Morgens om zes stond Jasper naast mijn kant van het bed. Een gewriemel van jewelste om mee onder de lakens te kunnen, twee koude voeten tegen mijn benen en een astmatisch gesnurk naast mijn oor. “Mama, lieve mama!” en twee lipjes die zo zacht en verleidelijk nog niet zouden mogen zoenen, bedolven mijn kaak met liefde en doelbewuste handen zochten tegelijkertijd de aanzet van mijn haarwortels. Mijn zoon van vier wordt een geweldige minnaar. De lieflijkheid die ik zelf met mijn oorspronkelijke bedgenoot wilde delen, moest weer inboeten voor een eindeloze discussie om Jasper te overtuigen bureauwaarts te trekken en zelfstandig wat te gaan spelen. Na enkele hartverscheurende krokodillentranen –Jasper is een geboren tragediespeler – vermande hij zich weer en trok de badkamer in. Douchekop open, pyjama uit, badmatje klaarleggen, het water onder. Eindelijk vrij spel! Lotte trok het tot half acht, ik moest m’n jongste prinses voor het eerst sinds lang zelf wekken om nog op een deftig uur op kantoor te geraken. Evi draaide zich fel om met een ochtendhumeur dat door alle dekens heen scheen. “Ik wil niet opstaan!” zou de teneur weergeven voor de rest van de ochtend. Met een gegeerd kapsel voor elke Robert Smith fan en een pruillip stommelde ze de badkamer in, klaar om haar mooie kleertjes aan te trekken om naar school te gaan. “Ik wil een kleedje!!” gilde ze, terwijl ik uiteraard een broek had klaargelegd. Het nieuwe hemdje kon geen zalvende werking opbrengen, een kleedje moest het zijn. Of haar elfenrokje, als het echt niet anders kon. De groene kousenbroek vloekte gigantisch tegen het appelblauwzeegroene rokje. “Zal ik staartjes maken?” poogde ik haar lieve snoetje wat te accentueren tegenover de wansmakelijke kleurenmix van haar kleren. “Ik wil geen staartjes!” “Eén staartje dan?” “Ik wil geen staartje!” “Gel dan?” “Ik wil geen gel!” “Okee, dan niet” “Ik wil wél gel! Ik wil een staartje ik wil twee staartjes én speldjes boehoe!!!”
Tot aan de schoolpoort zou het huilen niet meer stoppen. Niets was goed: het beleg op haar boterham, de hoeveelheid melk, de kleur van haar beker, de grootte van haar bord, de snijlijn van haar boterham, de hardheid van de korsten, de dikte van de tandpasta, de knoop in haar sjaal. De auto van de fotograaf stond al op de oprit van de school toen we eindelijk arriveerden. Het zwaaien naar mama – nog een zoen! – werd afgebroken door de bel die alle mooi geborstelde kindjes bij elkaar moest trommelen. Regen en hagel voorspelden ze, maar geen muts viel te bekennen op de speelplaats. Misschien is mijn dochter dan het enige kleurelfje dat met tranen op de foto gaat. Maar staartjes had ze!

Recente reacties